U gebruikt een verouderde browser. Wij raden u aan een upgrade van uw browser uit te voeren naar de meest recente versie.
1989 Reuzenliederen (Marcel Daem)

1989 Reuzenliederen in Oost-Vlaanderen (Marcel Daem 1989).pdf

In het boek bewaard in de HK-Wetteren maakt Marcel Daem een aantekening:  “Aan de Heemkundige Kring waarvan ik medestichter en lid ben. Houdt vol, en zegeviert!

In zijn voorwoord neemt Marcel Daem de slotbeschouwing over uit het boek “Reuzen in Vlaanderen” 

van Renaat van der Linden:  “Reuzen in Vlaanderen” biedt u de vracht en de vrucht van jarenlange opzoekingen. Een reus moet u zien in het kader van de optocht. De reus is vaak maar een deel van e feestviering. De weelde van de reuzenfeesten en ommegangen maakt deel uit van een aparte studie. Muziek, dans en zang begeleiden soms de reus: ook dit aspect verdient een afzonderlijke publicatie. Voor dit laatste heeft Marcel Daem er een uitvoerige documentatie voor klaar liggen.” …

Heel wat aandacht werd reeds besteed aan tekst en melodie van “Al die daar leidt de reus die kom”

Reusken, Reusken, Keren weerom, Reuzegom

 

De grote stimulans om de traditie van het zingen en spelen_van het reuzenlied te bewaren is ongetwijfeld de Reuzenkantate. Ze werd in 1906 de eerste keer uitgevoerd onder de leiding van de componist Jules De Groote. Er waren driehonderd uitvoerders, die op hun beurt het lied zongen en van mond tot mond overleverden aan volgende generaties. 

 

De grote Vlaamse componist Emiel Hullebroeck (°1878 Gentbrugge +1965) Liedekerke) schrijft over het reuzenlied “ 

O! ‘k ben zo dikwijls naar Wetteren kermis-gegaan om de reuzen te zien dansen. Wat ’n volk, wat ’n stroom van volk was er dan in de vriendelijke gemeente! ’t Was een lang en spannend wachten op de begeerde verschijning en toen eindelijk de twee reuzen op de markt werden gebracht, ging er gejuich op als gold het de verwelkoming van een geliefd vorstenpaar! En onmiddellijk begon het lieve leventje en zong men, dansende rondom de reuzen, het oude liedje:

Al die zegt, de Reus die kom, 

De Reus die kom,

Ze liegen erom,

Kere weerom, Reusken, Reusken

Kere weerom.

Reuzegom!

 

Dan begon de optocht. Met de grootste moeite baanden de reuzen zich een weg door de dichte mensendrommen en in ’t begin, bijzonderlijk in de buurt van de markt, hadden de veldwachters alle moeite om vooruit te komen en de baan vrij te maken. 

Daar konden de begeleidende trommelaar en fluitspeler ook niets uitrichten. Telkens en telkens werden de reuzen in een kring genomen en ouden en jongen zongen springend mee van:

Sa moeder zet de pot op ’t vier.

De pot op ’t vier

De Reus is hier!

Keren weerom

 

Eindelijk bereikte men de brede dorpstraas en dan kwam ook het typische der oude overgeleverde gebruiken voor de dag. De trommelaar sloeg de rhythmus van het reuzenliedje, waarna de fluitspeler het deuntje ten beste gaf en zo ging het om beurten , doch lang duurde ’t niet of daar kwam een joelende bende en weer klonk het:

Sa, moeder, snijdt een boterham

Nen boterham,

De Reus is gram!

Kere weerom, Reusken, Reusken

Kere weerom.

Reuzegom!

 

Verre gingen de reuzen ook niet zonder eens stil te houden en dan zag men de poppen aan de een of andere herberg neerzetten, wijl de bezwete dragers van onder de rokken te voorschijn kwamen en hun geweldige dorst smoorden in een paar pinten bier. 

Sa moeder 

Tap van ’t beste bier.

Van ’t beste bier.

De Reus is hier.

Kere weerom, Reusken, Reusken

Kere weerom.

Reuzegom!

 

En intussen troepte de menigte samen, tot de onderbroken opmars opnieuw begon. Dat duurde uren. Geen straat van ’t dorp werd overgeslagen en veel herbergen werden bezocht, tot de reuzen uiteindelijk waggelden en de hele breedte der baan nodig hadden om zich recht te houden… En dan klonk het luider en luider, gekker en gekker, wilder en wilder:

Sa, moeder, stop nu maar het vat,

Nu maar het vat,

De Reus is zat!

Kere weerom, Reusken, Reusken

Kere weerom.

Reuzegom!

Voor de periode na de eerste wereldoorlog bewaarde Marcel Daem persoonlijke herinneringen aan de reuzenommegangen. De reuzen waren vergezeld van trommelaar en fluitspeler. Zoals de drager van de reuzen beschouwden de spelers als een eer de melodie te mogen spelen. In de ommegang werd niet gezongen; er was geen begeleidende dans- noch zanggroep. Het reuzenlied hadden werd op school geleerd. Oud en jong kende het. Het werd in prettig gezelschap gezongen, samen met het Loze Vissertje of Kwezelke wilde gij dansen.

Na de tweede wereldoorlog, ca 1950, genoten de Wetterse reuzen en het reuzenlied een bijzondere belangstelling vanwege het gemeentebestuur. Vermoedelijk was dit het gevolg van het eerste massaspel Wetthra - 1948 - waarin de reuzen een glansrijke rol vertolkten.

 

De reuzenommegang zoals we die gezien hebben ca 1960 werd door Marcel Daem samen met Marie-Jeanne De Smet gereconstrueerd in een radiomontage te Wetteren. 

De aankomst van de reuzen wordt door trommelsag aangekondigd. Daarna volgt het spelen van het reuzenlied op de fluit. Wanneer de reuzen stil houden op de hoek van de straat of voor het huis van een voornaam persoon zingt de begeleidende groep het reuzenlied. Na de vijf strofen voelen de reuzen zich uitgerust en maken een paar ronddraaiende bewegingen als danspas op de melodie die de fluitspeler herneemt. Het wegtrekken van de reuzen wordt door trommelslag aangekondigd; nadien volgt het eigen Wetterse reuzen- lied: "Ze moet naar Sc:hellebelle gaan “ . 

Ze moe naar Schellebelle gaan om te leeren dansen

Ze moe naar Schellebelle gaan

recht naar d’ halve maan

 

Melordie en tekst van "Ze moet naar Schellebelle gaan" is een tweede reuzenlied te Wetteren bekend in de tweede helft van dc l9de eeuw. Het werd in 1862 gepubliceerd door Jan Broeckaert in de Geschiedenis van Wetteren 

 

Ons Reusken van Wetter sprak 't Rcuzinneken aen:
Wilde gij leeren dansen. gij moet naar Schellebelle’ gaen,
Daer woont zoo hupsch 'nen kerel. al voert hij d' halve maen, 

Met trommels en met fluiten kan hij  al omme gaen.
Ons Reusken komt te kermis uit.
Danst op trommel en de fluit;
Ons Reusken is den hupschten kwant
Van al de Reuskens van ons land. 

 

Jan Broeckaert geeft bij dit reuzenlied de kommentaar.
Deze, bij mijner wete, tot nog toe in geene liederverzameling opgenomen varíante von het oude Reuzenlied, werd mij toevalligerwijze ter hand gesteld. De er in voorkomende naem Wetteren duidt aen dat, de twee laetste strofen, althans - en wie weet waer het geheel lied van daen komt - voor onze Reuzen opzettelijk gedicht zijn. Ten huidige dage zijn deze laetste strofen hier heel in vergetelheid geraekt, zelfs wordt het oude zóo gekende deuntje op onze feestdagen weinig of niet meer gehoord. 

 

Marcel Daem samen met Marie-Jeanne De Smet zijn er gedeeltelijk in geslaagd de melodie van het in vergetelheid geraakte reuzenlied muzikaal te achterhalen. In de Reuzenkantate van Jules De Groote, staat letterlijk dezelfde tekst die Broeckaert genoteerd hreft in de tweede stroof van het reuzenlied "Ons Reusken komt ter kermis uit". 

Ons Reusken komt te kermis uit.
Ons Reusken komt te kermis uit.
Danst op trommel en de fluit;
Danst op trommel en de fluit;
Ons Reusken is den hupschten kwant
Ons Reusken is den hupschten kwant
Van al de Reuskens van ons land. 

 

De zangwijze uit de Reuzenkantate stemt volgens hen niet overeen met de melodie van het vergeten Wetterse reuzenlied. Waarom? De melodie van het aangehaalde reuzenlied in de Reuzenkantate is zeker geen oud volkslied; de tessituur is te hoog en te omvangrijk. Het lied heeft de kenmerken van laat romantische melodische wendingen, zoals trouwens de hele Reuzenkantate die J. De Groote heeft gekomponeerd. 

 

Wetteren behoort tot de weinige gemeenten de de melodie "Al die daar zegt, de reus die komt” in eer w”et te houden met klank, zang en dans. Het getuigenis daarvan hebben we meegemaakt in de Reuzenfeesten van 17 en 18 september 1988 te Wetteren. 

 

———————